Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
het college van burgemeester en wethouders van Twenterand, verweerder.
[bedrijf], te [plaats] .
Rechtbank Overijssel
Eiseres betwistte het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Twenterand om een omgevingsvergunning te verlenen voor de legalisatie van een aanbouw aan een bestaande pluimveestal op een nabijgelegen perceel. Verweerder had het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbende zou zijn, gelet op de afstand, het geringe zicht en de beperkte milieugevolgen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet als belanghebbende kan worden aangemerkt op grond van het perceelbezit, omdat haar perceel niet direct grenst aan het perceel van de pluimveestal. Wel stelde de rechtbank vast dat eiseres vanuit haar keuken op de begane grond direct zicht heeft op de aanbouw, zonder belemmering door bomen, en dat de afstand circa 290 meter bedraagt.
De rechtbank verwees naar recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin het belanghebbendheidcriterium is aangescherpt met het criterium 'gevolgen van enige betekenis'. Gelet op het zicht en de invloedssfeer van de inrichting oordeelde de rechtbank dat eiseres wel degelijk belanghebbende is bij het besluit en dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onterecht niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar.