Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- het tussenvonnis van 8 augustus 2018;
- het proces-verbaal van comparitie van 29 oktober 2018.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
4.804,00(2,0 punten × tarief € 2.402,00)
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een geschil over de uitbetaling van een bankgarantie van €207.000 door ABN AMRO aan eiser. Eiser had een huurovereenkomst met Kinderopvang De Cirkel B.V., die later werd omgezet in De Cirkel Groep B.V. en een nieuwe vennootschap Kinderopvang De Cirkel B.V. werd opgericht. Na een gerechtelijke procedure en een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, verzocht eiser ABN AMRO tot uitbetaling van de bankgarantie.
ABN AMRO weigerde uit te betalen omdat de bankgarantie was gesteld ten behoeve van een andere vennootschap dan die in het arrest genoemd werd. De bankgarantie was een abstracte garantie waarbij strikte toepassing van de voorwaarden geldt. De rechtbank oordeelde dat de voorwaarden niet waren vervuld omdat het arrest niet tussen eiser en de juiste debiteur was gewezen.
Eiser stelde dat ABN AMRO op de hoogte was van de huurovereenkomst en dat de bankgarantie diende ter opheffing van beslag, maar de rechtbank verwierp dit omdat de onderliggende rechtsverhouding niet relevant is bij een abstracte bankgarantie. De vorderingen van eiser werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot betaling van de bankgarantie af wegens niet-naleving van de voorwaarden.