Op 31 januari 2016 heeft verdachte in de Grolsch Veste te Enschede een vuurwerkbom tot ontploffing gebracht tijdens een voetbalwedstrijd, waardoor gevaar voor goederen en personen ontstond. Eén supporter liep gehoorschade en bewustzijnsverlies op. Verdachte ontkende aanvankelijk, maar de rechtbank achtte zijn verklaring ongeloofwaardig op basis van camerabeelden en getuigenverklaringen.
De rechtbank verklaarde het primair ten laste gelegde feit bewezen: het opzettelijk veroorzaken van een ontploffing met gemeen gevaar voor goederen en zwaar lichamelijk letsel. Verdachte werd vrijgesproken van de meer subsidiaire tenlasteleggingen. De strafbaarheid van het feit en verdachte werd bevestigd.
De officier van justitie had een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een taakstraf van 120 uur gevorderd. De rechtbank matigde de straf tot 43 dagen onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gelijk aan de tijd die verdachte al in voorarrest had doorgebracht, vanwege het lange tijdsverloop tussen het feit en de uitspraak en de reeds ondergane detentie. Een taakstraf werd niet opgelegd omdat deze geen meerwaarde zou hebben.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de panieksituatie onder publiek, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het advies van de psycholoog. De uitspraak werd gedaan op 21 december 2018 door een meervoudige kamer van de Rechtbank Overijssel te Almelo.