Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
voordater een eventuele meldingsplicht ontstond. In de brief van 26 oktober 2012 heeft mr. Stassen melding gemaakt van (de oorzaak van) een groot en structureel liquiditeitstekort bij Solace. Hierdoor wist het Pensioenfonds dat Solace de facturen die het Pensioenfonds haar op en na 24 december 2012 zond, onmogelijk tijdig en volledig zou kunnen voldoen, temeer gelet op de hoge bedragen die op en na 24 december 2012 bij Solace in rekening zijn gebracht.
tenzijzij bewijst dat er aan het Pensioenfonds een geldige melding (in de zin van tijdig of op de juiste wijze) van betalingsonmacht is gedaan in de zin van artikel 23 lid 2 Wet Pro Bpf. De betalingsonmacht is volgens het Pensioenfonds niet geldig gemeld door middel van de brief van 26 oktober 2012 van mr. Stassen, omdat daarin juist rooskleurige toekomstverwachtingen worden geschetst. Solace kon zich niet verschonen van de meldingsplicht door het aanbieden van een betalingsregeling, omdat dit juist veronderstelt dat premies (conform die regeling) kunnen worden doorbetaald.