ECLI:NL:RBOVE:2018:5157
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens gebrek aan belang bij vervolging witwassen
De rechtbank Overijssel behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van witwassen van ongeveer 95.805,71 euro, afkomstig uit illegale prostitutieactiviteiten tussen maart 2008 en september 2010. De zaak kende een lange procedure, waarbij aanvankelijk ook mensenhandel en mensensmokkel ten laste werden gelegd, maar deze tenlasteleggingen werden in september 2017 vervallen verklaard, waarna alleen witwassen overbleef.
De verdediging stelde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens gebrek aan belang bij voortzetting van de vervolging en schending van vormvoorschriften. De officier van justitie handhaafde aanvankelijk het bewijs van witwassen, maar gaf later aan dat dit niet te bewijzen was en dat bij inhoudelijke behandeling vrijspraak zou worden gevorderd.
De rechtbank oordeelde dat door de lange duur van de procedure, de wijziging van de tenlastelegging en het standpunt van de officier van justitie omtrent het bewijs, het belang van vervolging was komen te vervallen. Dit leidt tot een schending van beginselen van een goede procesorde. Daarom verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de strafvervolging.
Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang bij vervolging.