ECLI:NL:RBOVE:2019:1076
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen informatieve brief over dwangsom niet gerechtvaardigd
Eiser had een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen van drie naar zes zelfstandige wooneenheden, welke werd geweigerd. Ondanks dit bouwde eiser het plan toch. Verweerder legde een last onder dwangsom op en constateerde later dat eiser de last niet tijdig had opgeheven, waardoor een dwangsom van €30.000,- verbeurd was. Verweerder stuurde een brief van 27 maart 2018 waarin werd meegedeeld dat de dwangsom nog betaald moest worden, ondanks dat de overtreding inmiddels was opgeheven.
Eiser maakte bezwaar tegen deze brief, maar verweerder verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van de Awb zou zijn. De rechtbank oordeelt dat de brief inderdaad geen besluit is, maar dat het bezwaar als prematuur bezwaarschrift moet worden aangemerkt tegen de invorderingsbeschikking van 8 mei 2018. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. De uitspraak benadrukt dat een informatieve brief zonder rechtsgevolg geen besluit is en dat het verbeuren van een dwangsom van rechtswege plaatsvindt, maar dat voor invordering wel een afzonderlijk besluit vereist is.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar.