ECLI:NL:RVS:2024:734
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens overtreding bouwvergunning Enschede
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede legde appellant een last onder dwangsom op wegens het zonder omgevingsvergunning bouwen van zes zelfstandige wooneenheden in plaats van drie. Appellant moest uiterlijk 31 januari 2018 de overtreding ongedaan maken. Na controles concludeerde het college dat niet tijdig aan de last was voldaan, waarna de dwangsom werd ingevorderd.
Appellant voerde aan dat hij wel aan de last had voldaan en dat de last onduidelijk was, en betwistte zijn financiële draagkracht om de dwangsom te betalen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant geen uitzonderlijke omstandigheden had aangetoond om alsnog tegen de last onder dwangsom op te komen en dat hij niet aannemelijk had gemaakt de dwangsom niet te kunnen betalen.
De Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling overweegt dat de last duidelijk was en dat appellant niet tijdig had voldaan omdat zes zelfstandige wooneenheden bleven bestaan. Ook is onvoldoende aangetoond dat appellant financieel niet in staat is de dwangsom te voldoen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsom blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsom van €30.000 blijft gehandhaafd.