De rechtbank Overijssel heeft op 19 april 2019 een voorlopige maatregel opgelegd aan een 46-jarige agrariër uit Steenwijkerland. De maatregel betreft een stillegging van zijn agrarisch bedrijf voor de duur van zes maanden, waarbij hij zijn land wel aan derden mag verhuren maar geen bedrijfsdieren mag houden of verzorgen. Deze maatregel volgt op herhaalde constateringen van ernstige overtredingen van dierenwelzijnsvoorschriften, waaronder onhygiënische huisvesting, beschimmeld voer en onvoldoende verzorging van dieren.
De NVWA heeft meerdere inspecties uitgevoerd, waarbij ernstige tekortkomingen werden vastgesteld die de gezondheid en het welzijn van de dieren ernstig benadeelden. Ondanks eerdere waarschuwingen en bestuursdwang is geen verbetering opgetreden. De officier van justitie vorderde daarom de stillegging als spoedeisende maatregel om verdere schade te voorkomen.
De verdediging voerde aan dat met een week tijd een gezondheids- en behandelplan opgesteld had kunnen worden en verzocht om afwijzing of beperking van de maatregel. De rechtbank oordeelde echter dat gezien het herhaaldelijke karakter van de overtredingen en het uitblijven van structurele verbetering onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk was.
De rechtbank verklaarde de vordering ontvankelijk en wees de maatregel toe, waarbij de verdachte geen rol meer mag spelen in de verzorging van dieren en het houden van bedrijfsdieren verboden is. De beschikking is direct uitvoerbaar verklaard.