ECLI:NL:RBOVE:2019:1935
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak vrouw van laster en smaad wegens beschuldiging seksueel misbruik
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak van een 57-jarige vrouw die werd verdacht van laster en smaad jegens haar voormalig partner door hem te beschuldigen van seksueel misbruik van hun kinderen. De vrouw zou deze beschuldigingen hebben geuit tussen oktober 2016 en juni 2017 tegenover enkele betrokken derden zoals een gezinsvoogd, een leerkracht en de directeur van de basisschool.
De officier van justitie stelde dat laster niet bewezen kon worden, maar dat smaad wel bewezen was omdat verdachte kennelijk met het doel ruchtbaarheid te geven de beschuldigingen had geuit. De verdediging betoogde dat verdachte te goeder trouw handelde en dat de beschuldigingen niet aan het publiek waren geuit, waardoor geen smaad was gepleegd.
De rechtbank oordeelde dat laster niet bewezen was omdat niet kon worden vastgesteld dat verdachte wist dat haar beschuldigingen onwaar waren. Ook was geen sprake van smaad, omdat de beschuldigingen slechts aan een beperkte vertrouwelijke kring waren geuit en niet aan een bredere groep willekeurige derden, zoals vereist voor ruchtbaarheid.
De benadeelde partij vorderde schadevergoeding, maar omdat verdachte werd vrijgesproken verklaarde de rechtbank deze vordering niet-ontvankelijk. De vrouw werd vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van laster en smaad wegens onvoldoende bewijs en gebrek aan ruchtbaarheid.