ECLI:NL:RBOVE:2019:2428
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verweerder mocht financiële gegevens moeder bijstandsgerechtigde opvragen ter controle uitkering
Eiser ontvangt sinds 2011 een bijstandsuitkering en huurt een woning van zijn moeder. Verweerder vermoedde dat eiser naast de uitkering inkomsten had en startte een onderzoek. Dit leidde tot intrekking van de uitkering over de periode 2011-2017 en terugvordering van ruim €80.000. De rechtbank vernietigde het eerdere besluit wegens onvoldoende onderzoek en gebrekkige motivering. Verweerder nam een nieuw besluit na een langdurige procedure, waarbij eiser werd gevraagd bankafschriften van zichzelf en zijn moeder te overleggen. Eiser leverde zijn eigen gegevens aan, maar weigerde die van zijn moeder te verstrekken.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht inzage mocht vragen in de bankgegevens van de moeder, omdat eiser als uitkeringsgerechtigde verplicht is zijn financiële situatie inzichtelijk te maken. De vermenging van financiën door het gebruik van de pinpas van de moeder maakte controle noodzakelijk. Hoewel eiser de privacy van zijn moeder wilde respecteren, had hij zijn en haar financiën gescheiden moeten houden. Omdat verweerder niet kon vaststellen of eiser recht had op bijstand na september 2015, was intrekking en terugvordering terecht.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de uitkering en terugvordering zijn terecht.