ECLI:NL:RBOVE:2019:2901
Rechtbank Overijssel
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kinderrechter wegens vermeende partijdigheid
Op 23 april 2019 heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de kinderrechter die belast was met de behandeling van een zaak betreffende de omgangsregeling van zijn minderjarige kind. Verzoeker stelde dat de rechter partij koos voor de moeder en hem onterecht verantwoordelijk hield voor spanningen bij het kind. Tevens werd betoogd dat de rechter onrechtmatig beperkingen oplegde aan de omgangsregeling en niet neutraal zou zijn.
De wrakingskamer behandelde het verzoek op 20 mei 2019 en oordeelde dat het verzoek ontvankelijk was omdat de procedure nog niet was afgesloten. Een door verzoeker ingebrachte geluidsopname van de zitting werd niet als bewijs erkend vanwege het ontbreken van toestemming voor opname in de rechtbank.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen concrete feiten of omstandigheden waren die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid van de rechter opleverden. De rechter had partijen gelijkelijk behandeld en het belang van het kind vooropgesteld, waarbij zij partijen een spiegel voorhield om hun aandeel in het conflict te laten zien.
De voorlopige beslissingen van de rechter, waaronder de omgangsregeling voor de zomervakantie, werden als bevoegd en passend beoordeeld. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.