ECLI:NL:RBOVE:2019:3779

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
21 oktober 2019
Publicatiedatum
21 oktober 2019
Zaaknummer
ak_19 _ 1686
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor woningbouw

Bij besluit van 5 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders aan een derde-partij een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van vijf woningen op een locatie in [plaats 1]. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.

Tijdens de zitting op 7 oktober 2019 werd vastgesteld dat reeds drie woningen zijn gebouwd en dat de commissie bezwaarschriften een advies heeft uitgebracht, met een besluit op bezwaar binnen enkele weken te verwachten. De voorzieningenrechter oordeelde dat hierdoor geen sprake is van onverwijlde spoed zoals vereist in artikel 8:81 van Pro de Awb.

Verzoeker stelde dat de woningen te dicht bij het voetpad en parkeerhavens worden gebouwd en dat het aantal parkeerplaatsen onvoldoende is volgens richtlijnen. De voorzieningenrechter merkte op dat een planologische wijziging voor de parkeerplaatsen een nieuwe procedure vereist en verwees naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin verzoeker niet werd gevolgd.

Gezien het ontbreken van spoedeisend belang wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 19/1686
uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[A] , te [plaats 1] , verzoeker,

en

het college van burgemeester en wethouders van [plaats 2] , verweerder,

gemachtigde: L.G. Pak.
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:
[B], wonende te [plaats 2] .

Procesverloop

Bij besluit van 5 juni 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder aan de derde-partij een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 5 woningen op de locatie [adres 1] in [plaats 1] .
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningen-rechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2019. Verzoeker is verschenen, Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Derde-partij is verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Het perceel aan de [adres 1] in [plaats 1] ligt in het bestemmingsplan “ [plaats 1] ”, herziening [adres 1] ”en heeft hierin de bestemming “Wonen”.
Het plan maakt de bouw van zes woningen mogelijk op percelen aan de [adres 1] en de [adres 2] in [plaats 1] . Op de locatie stond een voormalige boerderij met bijbehorende bebouwing. De boerderij en overige bebouwing zijn inmiddels gesloopt.
4. Ter zitting heeft de derde-partij meegedeeld dat er al drie woningen zijn gebouwd waarop dakplaten zijn aangelegd. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat op dit moment geen sprake is van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening. Daarbij komt dat de gemachtigde van verweerder ter zitting heeft verklaard dat de commissie bezwaarschriften inmiddels heeft geadviseerd en dat een besluit op bezwaar binnen twee of drie weken kan worden verwacht.
5. Hetgeen hiervoor is overwogen leidt ertoe dat bij dit verzoek onverwijlde spoed als bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Awb ontbreekt. Daarom bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
7. Ten overvloede wenst de voorzieningenrechter nog op te merken dat verzoeker met name heeft aangevoerd dat de woningen te dicht aan het voetpad/parkeerhaven worden gebouwd en de voorgevel een afstandsruimte heeft van 1.80 meter van het openbare voetpad direct aansluitend aan de parkeerhavens, terwijl in de gehele [adres 2] een ruimte is vrijgelaten van 5 meter. Verzoeker is stellig van mening dat deze parkeerhavens in de toekomst bij de percelen van de dan aanwezige woningen zullen worden getrokken en hierdoor de continuïteit van de parkeerhavens voor de gemeenschap niet gewaarborgd blijft. Verder voldoet het aantal bijgevoegde parkeerplaatsen niet aan de bestaande richtlijnen.
De voorzieningenrechter merkt op dat de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuurs-rechtspraak van de Raad van State in zijn uitspraak van 23 mei 2019 (registratienummer: 201901892/2/R3) verzoeker hierin niet heeft gevolgd. Daarbij komt, zoals de gemachtigde van verweerder in zijn brief van 19 september 2019 en ter zitting heeft herhaald, dat indien zou worden besloten tot een planologische wijziging ten aanzien van de aanleg van parkeerplaatsen, hiervoor een nieuwe planologische procedure zal moeten worden gevolgd.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van C. Kuiper, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.