Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[A] , te [plaats 1] , verzoeker,
het college van burgemeester en wethouders van [plaats 2] , verweerder,
[B], wonende te [plaats 2] .
Rechtbank Overijssel
Bij besluit van 5 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders aan een derde-partij een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van vijf woningen op een locatie in [plaats 1]. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
Tijdens de zitting op 7 oktober 2019 werd vastgesteld dat reeds drie woningen zijn gebouwd en dat de commissie bezwaarschriften een advies heeft uitgebracht, met een besluit op bezwaar binnen enkele weken te verwachten. De voorzieningenrechter oordeelde dat hierdoor geen sprake is van onverwijlde spoed zoals vereist in artikel 8:81 van Pro de Awb.
Verzoeker stelde dat de woningen te dicht bij het voetpad en parkeerhavens worden gebouwd en dat het aantal parkeerplaatsen onvoldoende is volgens richtlijnen. De voorzieningenrechter merkte op dat een planologische wijziging voor de parkeerplaatsen een nieuwe procedure vereist en verwees naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin verzoeker niet werd gevolgd.
Gezien het ontbreken van spoedeisend belang wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.