ECLI:NL:RBOVE:2019:4335
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs kennis en betaling voor seksuele handelingen met minderjarige prostituee
De rechtbank Overijssel behandelde op 21 november 2019 de zaak tegen een 41-jarige man uit Nijeveen die werd verdacht van ontuchtige handelingen met een 16-jarige prostituee tegen betaling. De verdachte had twee ontmoetingen met de minderjarige en een medeverdachte, waarbij oorspronkelijk seks was gepland, maar verdachte ontkende zelf seks te hebben gehad en verklaarde slechts toe te hebben gekeken.
De officier van justitie stelde dat uit chatberichten bleek dat verdachte seks had gehad met het meisje en dat de betaling via entree en consumptiemunten voor de club als vergoeding voor de seksafspraken moest worden gezien. De verdediging betoogde dat verdachte niet wist dat het meisje minderjarig was en dat er geen afspraken over betaling waren gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat voor een bewezenverklaring op grond van artikel 248b Sr vereist is dat verdachte wist dat het meisje zich prostitueerde en dat hij voor seksuele handelingen betaalde. Uit de stukken bleek niet dat verdachte hiervan op de hoogte was of dat er een betaling voor seks had plaatsgevonden. Betalingen voor consumpties en het binnenlaten in de club werden door de rechtbank als vriendschappelijke handelingen beoordeeld.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde, omdat het bewijs ontbrak dat hij wist van de prostitutie of dat hij betaalde voor seksuele handelingen met de minderjarige.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs dat hij wist van prostitutie en dat hij betaalde voor seksuele handelingen met de minderjarige.