Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het verloop van de procedure
mr. J.A.M. Kwakman, advocaat te Assen.
Rechtbank Overijssel
De veroordeelde werd bij vonnis van 26 juli 2019 veroordeeld voor het door aanmerkelijke onoplettendheid veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval. Op grond van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden gaf de officier van justitie bevel tot DNA-afname. De veroordeelde maakte bezwaar tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel.
De enkelvoudige raadkamer behandelde het bezwaarschrift achter gesloten deuren op 13 november 2019, waarbij ook de moeder van de veroordeelde aanwezig mocht zijn. De raadkamer nam kennis van het dossier en de conclusie van de officier van justitie.
De raadkamer oordeelde dat de uitzonderingsgrond van artikel 2 lid 1 onder Pro b van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden van toepassing is. Gezien de aard van het misdrijf (artikel 6 WVW Pro) en de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde, die een taakstraf en een voorwaardelijke rijontzegging kreeg, achtte de raadkamer het zeer onaannemelijk dat de veroordeelde in de toekomst soortgelijke strafbare feiten zal plegen.
De raadkamer nam mee dat de veroordeelde dagelijks de gevolgen van het ongeval ondervindt en EMDR-therapie volgt, en dat opname van zijn DNA-profiel het verwerkingsproces belemmert. Daarom werd het bezwaarschrift gegrond verklaard en werd de officier van justitie bevolen het celmateriaal te vernietigen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen DNA-afname wordt gegrond verklaard en het celmateriaal wordt vernietigd.