ECLI:NL:RBOVE:2019:4815
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag zorg op grond van de Wet langdurige zorg wegens ontbreken verstandelijke handicap
Eiser, woonachtig in Zwolle en met een Wajonguitkering, vroeg op 20 juni 2018 zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Hij heeft een problematische jeugd en een crimineel verleden, woont zelfstandig met ambulante begeleiding en dagbesteding, en had eerder een indicatie op grond van de AWBZ en Wmo 2015.
Verweerder heeft op basis van een medisch advies van 1 augustus 2018 besloten dat eiser niet in aanmerking komt voor Wlz-zorg omdat geen sprake is van een verstandelijke handicap. De medisch adviseur concludeerde dat de IQ-scores niet laag genoeg zijn en dat de beperkingen niet tijdens de ontwikkelingsleeftijd aanwezig waren. De zorgvraag zou vooral voortkomen uit psychische problematiek en verslavingsproblemen.
Eiser stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat hij wel degelijk een verstandelijke beperking heeft met noodzaak tot 24-uurszorg vanwege gedragsproblematiek en impulsregulatieproblemen. De rechtbank oordeelde echter dat het medisch advies deugdelijk en inzichtelijk gemotiveerd is en dat verweerder terecht geen grondslag verstandelijke handicap heeft vastgesteld.
De rechtbank concludeert dat eiser wel zorg nodig heeft, maar niet die welke vanuit de Wlz moet worden verleend. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor zorg op grond van de Wlz wordt ongegrond verklaard.