Uitspraak
1.[eiser 1] ,
2.[eiser 1] ,
3.[eiser 3] ,
4.[eiser 4] ,
1.[gedaagde 1]
2.[gedaagde 2] ,
ten tijde van het overlijdenvan erflater zes erfgenamen gerechtigd:
En toen [erflater] was overleden is [X] met ons, met zijn drieën naar Duitsland gegaan, om dat geld er af te halen, want dat moest in de pot komen voor de verdeling. Dat is gebeurd tot het bij die bank, waar ik de naam niet van weet, op was. [X] had een kluis, en dat deed hij in de kluis, in contanten. Ik vond dat allemaal goed. Toen stond er op de Volksbank nog een bedrag. Daar zijn we ook verschillende keren geweest, om daar het geld af te halen, dat was op verschillende data dat het afgelopen was, je kon het verlengen of je kon het afhalen, en we gingen het dus afhalen. Dat is vijf, zes keer geweest toch wel en dat waren grote bedragen, en waar zijn ze gebleven? De kluis stond bij hen in huis, in [plaats 1] , bij [X] . Die opnames waren na het overlijden van [erflater] . [erflater] heeft daar nog voor getekend dat wij het af mochten halen dat geld, [X] en ik. Daar heb ik een kopie van. De bankrekeningen in Duitsland stonden op naam van [erflater] , die waren van hem. Dus alles wat wij hebben afgehaald van [erflater] , moet in de kluis zijn bij [X] .(…) Als er weer een deel van het geld was afgelopen, gingen wij er met z’n drieën naar toe en dan haalden we dat op en dan zei [gedaagde 1] , de vrouw van [X] , “doe jij het maar in de tas, een grote tas, daar past het wel in. Ik vond dat een beetje vreemd, want als je onderweg wordt aangehouden. dan vragen ze waar dat geld vandaan komt, dus dat risico loopt zij niet. Toen waren we in [plaats 2] toen zei ze geef maar hier dan stop ik het in die kluis en zo ging het iedere keer. (…) Kort daarna is [X] overleden in december. (…).”;
Zij hebben mij toen gevraagd, ga je mee naar Duitsland, want we moeten geld ophalen van [erflater] . Dat is een paar keer gebeurd zo, als dat verlopen was dat dinges. Nou en toen zei [gedaagde 1] , we hebben een kluisje, dan doen we het in de kluis.(…)”
1. Ieder der deelgenoten kan vorderen dat een verdeling aanvangt met een boedelbeschrijving.
zij[de oneerlijke deelgenoten; toevoeging van de rechtbank]
behoren ook voor de tijd dat de gemeenschap nog niet verdeeld is, hun medezeggenschap in het beheer en hun participatie in het gebruik en in de vruchten van de goederen verspeeld te hebben.” (Parl. Gesch. Boek 3, p. 630).
banksaldo van ongeveer