Eiser betwistte dat hij tijdig op de hoogte was van het primaire besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) dat op 3 oktober 2017 in zijn Berichtenbox op MijnOverheid was geplaatst. Hoewel de Berichtenbox van eiser vanaf 22 februari 2017 voor berichten van de SVB was geactiveerd, was onduidelijk of eiser zelf kenbaar had gemaakt dat hij via deze weg voldoende bereikbaar was. De rechtbank oordeelde dat er redelijke twijfel bestond of eiser op die datum daadwerkelijk toestemming had gegeven, mede omdat zijn laatste bezoek aan de Berichtenbox dateerde van 21 februari 2017.
De rechtbank stelde vast dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) elektronische verzending alleen rechtsgeldig is indien de geadresseerde dit kenbaar heeft gemaakt. De twijfel over de bereikbaarheid via de Berichtenbox kon niet voor risico van eiser komen, waardoor het primaire besluit niet op de juiste wijze bekend was gemaakt. Hierdoor was het bezwaar van eiser niet tijdig ingediend en had de SVB het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg de SVB op binnen zes weken na het gezag van gewijsde een nieuw besluit op het bezwaar te nemen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter W.F. Bijloo en griffier H. Blekkenhorst op 21 januari 2019 te Zwolle.