Twentevis huurde sinds 2005 een bedrijfspand te Azelo, dat in 2017 werd verkocht aan eiser [eiser 1], die de huurovereenkomst opzegde per 28 februari 2018. Na een eerste verlenging van de ontruimingstermijn tot 1 maart 2019, diende Twentevis te laat een tweede verlengingsverzoek in, dat niet-ontvankelijk werd verklaard.
Eiser vordert onder meer dat hij zelf via de deurwaarder tot ontruiming mag overgaan en dat Twentevis een gebruiksvergoeding betaalt. Twentevis voert verweer dat het om een pachtovereenkomst zou gaan en stelt dat de ontruiming grote schade veroorzaakt vanwege de aanwezige half miljoen vissen.
De kantonrechter oordeelt dat de kwalificatie van de overeenkomst als huurovereenkomst reeds bindend is vastgesteld in een eerdere beschikking. De opzegging staat derhalve vast en de vraag of deze buiten toepassing moet worden gelaten is niet meer aan de orde. Wel wordt een langere ontruimingstermijn toegekend tot uiterlijk 1 augustus 2019 vanwege de bijzondere bedrijfsactiviteiten.
De vordering tot zelf ontruimen en kostenveroordeling wordt afgewezen, maar de gebruiksvergoeding van € 2.420,00 per maand vanaf 28 februari 2019 wordt toegewezen. Twentevis wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.