Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
DROOMVALLEI UITGEVERIJ,
1.De procedure
- de dagvaarding, betekend op 8 maart 2019, met daarbij 5 producties,
- de brieven van [eiser] van 12 maart 2019 met daarbij gevoegd de producties 6 tot en met 17,
- de brief van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van 12 maart 2019 met daarbij 4 producties,
- de mondelinge behandeling gehouden op 13 maart 2019, waarbij beide partijen zijn
- de pleitnota van [eiser] ,
- de pleitnota van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
“Dit is mijn verhaal en mijn waarheid. Daartegenover laat ik ook de waarheid van mijn (ex)man zien. Hoe gek het misschien ook klinkt, ik ben hem dankbaar voor de tijd dat ik bij hem ben geweest. Niet omdat ik het graag mee heb willen maken, maar omdat het me uiteindelijk heeft gemaakt tot de vrouw naar wie ik mijn hele leven al op zoek was. Ik ben er sterker door geworden en heb er mijn levensdoel door gevonden. Het heeft me geleerd om tegenslagen te verwerken.”(onderstreping aangebracht door de voorzieningenrechter).
haarverhaal en
haarwaarheid. Verder is in de door [eiser] aangehaalde zaken voldoende aannemelijk gemaakt dat de boeken ernstige beschuldigingen aan het adres van de eisende partij in kwestie bevatten, die geen steun vinden in feitenmateriaal. In deze zaak is dat juist niet aannemelijk geworden, omdat de inhoud van het boek niet bekend is. Ten slotte is in de zaak die bij de rechtbank Den Haag heeft gediend, door de rechtbank overwogen dat in het betreffende boek zeer privacygevoelige zaken over de minderjarige kinderen van partijen werden gedeeld, zonder dat zij hier vooraf in zijn betrokken. De kinderen van [eiser] , en overigens ook de kinderen van [gedaagde 1] , zijn meerderjarig en één van de kinderen van [eiser] heeft toestemming gegeven voor publicatie van het boek. Ook de kinderen van [gedaagde 1] hebben hiervoor toestemming gegeven. Of in het boek zeer privacygevoelige zaken over de kinderen van [eiser] staan, is, zoals reeds is overwogen, in dit kort geding niet vast te stellen.