Uitspraak
Rechtbank den haag
1.[gedaagde 1] ,
BERTRAM EN DE LEEUW UITGEVERS B.V.,
1.De procedure
2.De feiten
Kinderroof in [plaats 4]
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
,EHRC 2008, 6). Het antwoord op de vraag welk van deze beide rechten in het concrete geval zwaarder weegt, moet worden gevonden door een afweging van alle relevante omstandigheden van het geval. Bij deze afweging geldt niet als uitgangspunt dat voorrang toekomt aan het door artikel 7 Gw Pro en artikel 10 EVRM Pro gewaarborgde recht en voor de door artikel 10 Gw Pro en artikel 8 EVRM Pro beschermde rechten geldt hetzelfde. De toetsing dient in één keer te geschieden waarbij het oordeel dat een van beide rechten, gelet op alle relevante omstandigheden, zwaarder weegt dan het andere recht, meebrengt dat de inbreuk op het andere recht voldoet aan de noodzakelijkheidstoets van het desbetreffende lid 2 (zie HR 5 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9230).
non-fictieheeft geschreven en dat het op
volledige waarheidberust. Deze boodschap wordt ook tot uiting gebracht in diverse andere publicaties die zijn verschenen van de hand van dan wel na medewerking van [gedaagde 1] . Het enkel ter zitting stellen dat er sprake is van een gefictionaliseerde weergave van de eigen persoonlijke ervaringen van [gedaagde 1] en het toevoegen van een inlegvel aan het boek, met de – weinig concrete – tekst als onder 2.6 vermeld, is onder die omstandigheden onvoldoende om anders te concluderen.