ECLI:NL:RBOVE:2020:1229
Rechtbank Overijssel
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen verkorting looptijd schuldsaneringsregeling na faillissement
Belanghebbende was in staat van faillissement vanaf mei 2016 en heeft vanaf september 2019 een schuldsaneringsregeling. Hij verzocht om verkorting van de looptijd van deze regeling van drie jaar naar 33 maanden, maar de rechter-commissaris verkortte deze met 24 maanden tot een minimale looptijd van één jaar.
Belanghebbende stelde dat de rechter-commissaris ten onrechte aansluiting zocht bij artikel 354a Faillissementswet, dat een minimale termijn van één jaar voorschrijft, terwijl volgens hem de Recofa-richtlijn leidend is. Ook voerde hij aan dat het afwachten van een arrest van de Hoge Raad in het belang van de schuldeisers was.
De rechtbank oordeelt dat de looptijdverkorting passend is gezien het voorafgaande faillissement en dat het redelijk is om aan te sluiten bij de termijn van één jaar zoals in artikel 354a Faillissementswet. De persoonlijke situatie van belanghebbende rechtvaardigt geen kortere looptijd. De beschikking van de rechter-commissaris wordt daarom bekrachtigd.
Uitkomst: De rechtbank bekrachtigt de beschikking tot verkorting van de looptijd van de schuldsaneringsregeling met 24 maanden tot minimaal één jaar.