Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
ik heb verkeerd gedaan” en “
ik ben fout geweest”. Op de opmerking van [getuige] dat hij [slachtoffer] herhaaldelijk heeft aangerand reageert verdachte dat hij spijt heeft en dat hij zijn excuses al aan haar heeft aangeboden. Ook heeft verdachte in dit telefoongesprek gezegd “
het gebeurde gewoon, maar ik heb geen seksuele relatie met haar gehad” en heeft hij aan [getuige] gevraagd of hij wilde dat verdachte in de gevangenis gezet zou worden.
op één of meer tijdstippenin
of omstreeksde periode van 01 september 2018 tot
)door
geweld ofeen
anderefeitelijkheid
en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten door:
onder meereen spagaat) en
/of (vervolgens
) die [slachtoffer] aanwijzingen te geven en/of (daarbij)haar
/of (daarbij) onverhoeds de borst(en) en/of vagina en/of schaamstreek van die [slachtoffer] aan te raken
één ofmeermalen heeft gedwongen tot het
plegen en/ofdulden van
een of meerontuchtige handelingen, te weten:
/ofbetasten van haar
vagina en/ofschaamstreek en
/ofhet onverhoeds aanraken van en
/ofknijpen in haar borst
(en
).
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (een) maand;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte:
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
150 (honderdvijftig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
75 (vijfenzeventig) dagen.