Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
- Feit 1: deelname aan een criminele organisatie;
- Feit 2: (feitelijk leiding geven aan/opdracht geven tot) valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon;
- Feit 3: (feitelijk leiding geven aan/opdracht geven tot) het opzettelijk niet uitvoeren/verstrekken van de op grond van artikel 16, lid 1 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) bij een ongebruikelijke financiële transactie voorgeschreven meldingsplicht en/of identificatie, begaan door een rechtspersoon;
- Feit 4: (feitelijk leiding geven aan/opdracht geven tot) het opzettelijk niet uitvoeren van het op grond van artikel 3, lid 2 en/of artikel 8, lid 2 Wwft voorgeschreven (verscherpt) cliëntenonderzoek, begaan door een rechtspersoon;
- Feit 5: het voorhanden hebben van een busje pepperspray;
- Feit 6: het voorhanden hebben van een Browning-vuurwapen, een gaspistool, 24 kogelpatronen 7.65 mm, 33 kogelpatronen 6.35 mm, twee stroomstootwapens en een busje pepperspray.
missing traders gevestigd zijn/waren;
gevolmachtigde of anderszins betrokken bij katvangersbedrijf),
Strafrecht);
16) van de Wet ter voorkoming van witwassen en Financieren Terrorisme;
Audi A4 aan [naam 1] (proces-verbaal van bevindingen Lerec16009-960
1. de in de bedrijfsadministratie opgenomen melding (report: 1251028-0-0) van
2. de in de bedrijfsadministratie opgenomen melding (report: 1076098-0-0) van
3. de in de bedrijfsadministratie opgenomen melding (report: 1089704-0-0) van
4. de in de bedrijfsadministratie opgenomen melding (2020240-0-0) van een op
5. de in de bedrijfsadministratie opgenomen melding (2020237-0-0) van op of
een Volkswagen Caddy gericht aan [naam 23] te Duitsland;
- een of meer CMR-vrachtbrieven, althans documenten, die omstreeks 6 november
aanvullende documenten, gegevens of informatie en/of
14. (een) in of omstreeks de periode van 11 maart 2017 tot en met 29 maart
3.De voorvragen
1 januari 2014 tot en met 27 november 2017 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, bestaande uit:
Gelet op de pleegperiode is sprake geweest van een duidelijke duurzaamheid van deze organisatiestructuur en een duidelijke intensivering van de btw-fraude gelet op de stijgende omzetcijfers van de intracommunautaire leveringen.
De rechtbank stelt vast dat [bedrijfsnaam 1] ., het bedrijf van verdachte, het middel vormde om de btw-fraude uit te voeren door intracommunautair voertuigen tegen het 0% tarief op papier te leveren aan katvangersbedrijven, die echter geen btw afdroegen. Feitelijk werden de voertuigen aan vaste afnemers geleverd in Berlijn. De verkooptransacties werden gedaan door vaste feitelijke kopers. Door het (doen) opmaken van valse verkoopfacturen en andere documenten werd de fraude mogelijk gemaakt en werden de werkelijke kopers, ook op deze wijze, buiten beeld gehouden.
Uit de inhoud van de bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat het feitelijke en gewenste doel van de organisatie in eerste instantie het plegen van btw-fraude was. Om dat algemene doel te kunnen realiseren zijn valse verkoopfacturen/receipts en andere valse documenten opgemaakt om de werkelijke kopers buiten beeld te houden.
Daarbij is naast het plegen van valsheid in geschrift ook gehandeld in strijd met de Wwft door het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige informatie.
Voorts is aannemelijk dat de door btw-fraude verkregen gelden telkens weer zijn ingezet voor het aankopen van auto’s bij [bedrijfsnaam 1] ., gelet op onder meer de daarmee verbonden onafgebroken stroom aan contante betalingen in grote coupures, zodat ook sprake is van het witwassen van door misdrijf verkregen gelden. Gelet op de omvang van de btw-fraude en de lange periode waarin de btw-fraude is gepleegd, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van gewoontewitwassen. Al deze handelingen zijn, mede gelet op hun vergaande onderlinge samenhang, als oogmerk van de organisatie aan te merken. [43] Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, zoals hierna onder 4.4 wordt weergegeven.
- de kennisgeving van inbeslagneming (spuitbusje pepperspray),
- het proces-verbaal onderzoek wapen,
- een of meer CMR-vrachtbrieven, althans documenten, die omstreeks 6 november
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
- de artikelen 140 en 225 van het Wetboek van Strafrecht;
- de artikelen 16 en 33 van de Wet ter voorkoming witwassen en financiering
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
- de artikelen 27, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 51, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht;
- artikel 56 van Pro de Wet Wapens en Munitie.
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
59 (negenenvijftig) maanden;