Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 2][eiser 3]en
[eiser 4], te [woonplaats] , eisers,
Coöporatie Energie Enschede, te Enschede, gemachtigde: mr. D.G.J. Sanderink.
Rechtbank Overijssel
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede heeft aan Coöporatie Energie Enschede een omgevingsvergunning verleend voor het afwijken van het bestemmingsplan en het vellen van één eik ten behoeve van de realisatie van drie zonnevelden op verschillende locaties. Eisers hebben hiertegen beroep ingesteld. De rechtbank heeft eerst de ontvankelijkheid beoordeeld en geoordeeld dat eisers belanghebbenden zijn voor de activiteit afwijken van het bestemmingsplan, maar niet voor het vellen van houtopstand.
De rechtbank heeft vervolgens de beroepsgronden tegen het afwijken van het bestemmingsplan inhoudelijk beoordeeld. Eisers voerden onder meer aan dat het project in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, dat er onvoldoende maatschappelijk draagvlak is, dat er geen geldige structuurvisie was, dat het project in strijd is met provinciale regels en dat de milieueffectrapportage onvoldoende is. De rechtbank oordeelde dat het college zich terecht bevoegd heeft geacht en dat het besluit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Er is een goede ruimtelijke onderbouwing aanwezig en het ontbreken van draagvlak vormt geen reden voor weigering. Ook de overige aangevoerde bezwaren zijn ongegrond.
Het beroep tegen het vellen van houtopstand is niet-ontvankelijk verklaard omdat eisers geen belanghebbenden zijn bij deze activiteit. De rechtbank concludeert dat het college het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan in redelijkheid heeft kunnen nemen en verklaart het beroep ongegrond. Het beroep tegen het vellen van houtopstand wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het afwijken van het bestemmingsplan wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het vellen van houtopstand niet-ontvankelijk.