Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het verloop van de procedure
3.De bevoegdheid van de rechtbank
5.De beoordeling
6.De beslissing
ongegrond.
Rechtbank Overijssel
Klager verzocht de teruggave van een geldbedrag van ten minste €42.200 dat in beslag was genomen bij verdachte/belanghebbende na een politiecontrole. Klager stelde eigenaar te zijn van het geld en overhandigde stukken ter onderbouwing, waaronder een koopovereenkomst en schuldbekentenis.
De rechtbank oordeelde dat het beslag rechtmatig was gelegd op grond van artikel 94 en Pro 94a Sv vanwege het vermoeden van witwassen, mede door de wijze van vervoer van het geld en de antecedenten van de bestuurder. De verklaringen van verdachte en de omstandigheden maakten het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later verbeurdverklaring zal bevelen.
Hoewel klager eigenaar claimde te zijn, kon niet zonder redelijke twijfel worden vastgesteld dat hij als enige rechthebbende kon worden aangemerkt, mede gezien de verklaringen van verdachte over betrokkenheid van klager bij witwassen. Het conservatoir beslag werd gehandhaafd tot bewaring van het recht tot verhaal voor een geldboete.
Daarom werd het klaagschrift in alle onderdelen ongegrond verklaard en het beslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en het beslag op het geldbedrag van €42.945 wordt gehandhaafd.