ECLI:NL:RBOVE:2020:319
Rechtbank Overijssel
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering omgevingsvergunning cateringservice
Verzoekster heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het vestigen van een cateringservice in een loods, welke door het college van burgemeester en wethouders van Almelo is geweigerd. Na bezwaar en beroep is ook het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de tweede aanvraag een herhaalde aanvraag betrof die nagenoeg identiek was aan de eerdere aanvraag. De weigering was gebaseerd op het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden, conform artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Verzoekster kon niet aantonen dat het besluit evident onredelijk was.
Daarnaast werd het spoedeisend belang betwist omdat de loods niet meer beschikbaar was voor verzoekster. Ook de inhoudelijke gronden van verzoekster, waaronder dat cateringactiviteiten niet in strijd zouden zijn met het bestemmingsplan, werden niet toegewezen. De voorzieningenrechter benadrukte dat deze kwesties in het hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak aan de orde zijn.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter J.W.M. Bunt.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de omgevingsvergunning voor de cateringservice wordt afgewezen.