Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De vordering van de officier van justitie
2.De procedure
3.De beoordeling van de vordering
.
(exclusief gokkasten)
€ 1.188.981,-
betaalde(onderstreping rechtbank) loon- en kansspelbelasting in een zaak als onderhavige in beginsel valt aan te merken als een kostenpost die in mindering dient te worden gebracht op wederrechtelijk genoten inkomsten. Deze kosten staan immers in directe relatie tot de bewezen verklaarde feiten waarop de ontnemingsvordering betrekking heeft. De rechtbank stelt op grond van de schriftelijke stukken en het verhandelde ter terechtzitting echter vast dat niet is gebleken dat veroordeelde de naheffingsaanslagen heeft betaald en dus aan zijn fiscale verplichtingen heeft voldaan. Om deze reden zal de rechtbank deze aanslagen niet als kostenpost in mindering brengen.
(€ 2.373.711,- x 50%)
4.De wettelijke voorschriften
5.De beslissing
- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op
- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van
- bepaalt de duur van de gijzeling, die met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd, op