Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
- feit 1 primair en 3 primair: artikel 1 onder Pro 2o van de Wet op de economische delicten juncto artikel 2.2, tiende lid, onderdeel d, Wet dieren juncto artikel 1.7 onder d, Besluit houders van dieren;
- feit 2 primair:artikel 1 onder Pro 2o van de Wet op de economische delicten juncto artikel 2.2, tiende lid, onderdeel d, Wet dieren juncto artikel 1.7 onder e, Besluit houders van dieren;
- feit 1 primair: artikel 1 onder Pro 2o van de Wet op de economische delicten juncto artikel 2.2, tiende lid, onderdeel d, Wet dieren juncto artikel 1.7 onder d, Besluit houders van dieren;
- feit 2 primair:artikel 1 onder Pro 2o van de Wet op de economische delicten juncto artikel 2.2, tiende lid, onderdeel d, Wet dieren juncto artikel 1.7 onder e, Besluit houders van dieren.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
bijkomende strafaan verdachte wordt opgelegd:
- gehele stilleggingvan de onderneming van de veroordeelde, waarin de economische delicten zijn begaan, voor de tijd van
6 (zes) maanden; - bepaalt dat deze bijkomende straf
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen: