Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De vordering van de officier van justitie
2.De procedure
28 oktober 2013.
6 en 10 oktober 2014. De rechtbank heeft toen beslist dat een drietal getuigen door de rechter-commissaris zal worden gehoord en dat de behandeling van de ontnemingsvordering zal worden voortgezet nadat de rechtbank vonnis heeft gewezen in de strafzaak.
18 mei 2015door de rechtbank beslist dat de behandeling van de ontnemingsvordering, gelet op de beslissing van 10 oktober 2014, voor onbepaalde tijd zal worden aangehouden.
21 april 2020, op grond van artikel 511d van het Wetboek van Strafvordering (Sv) deze termijnen gesteld en beslist dat vervolgens een datum voor de behandeling ter terechtzitting van de ontnemingsvordering zal worden vastgesteld.
8 oktober 2020. De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M.M.A.J. Goris is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord.
3.De beoordeling van de vordering
4.De wettelijke voorschriften
5.De beslissing
€ 40.927,--;
€ 35.927,--aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;