Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het procesverloop
2.De beoordeling
3.De beslissing
€ 251,- (tweehonderdeenenvijftig EURO)per maand, voor de toekomst telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde een verzoek tot wijziging van alimentatieverplichtingen tussen partijen die eerder een beschikking van 9 december 2009 hadden. Ondanks mediationpogingen konden partijen geen nieuwe afspraken maken over kinder- en partneralimentatie.
De man voerde primair een beroep op rechtsverwerking aan, stellende dat de vrouw misbruik van recht maakte door de oude beschikking te executeren. De rechtbank verwierp dit beroep, omdat de vrouw haar ongenoegen over een herberekening door het LBIO had geuit en er geen bijzondere omstandigheden waren die rechtsverwerking rechtvaardigen.
De rechtbank stelde vast dat er sprake was van een relevante wijziging van omstandigheden, namelijk het inkomen van de man, waardoor een hernieuwd onderzoek naar behoefte en draagkracht noodzakelijk was. De draagkracht van beide partijen werd berekend, waarbij het netto besteedbaar inkomen en relevante premies werden meegenomen.
Op basis van de berekeningen werd de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind vastgesteld op €251 per maand, rekening houdend met een zorgkorting van 25%. De partneralimentatie werd op nihil gesteld, omdat de vrouw onvoldoende had onderbouwd dat zij nog behoeftig was.
De rechtbank besloot dat de wijziging met ingang van 14 november 2018 geldt, verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en bepaalde dat partijen elk hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de alimentatieverplichtingen en stelt de partneralimentatie op nihil vanaf 14 november 2018.