Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
10 maart 2017.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een geschil tussen de man als verzoeker tot cassatie en de vrouw als verweerder over kinderalimentatie. De man had beroep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, dat een eerdere uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant bevestigde.
De kern van het geschil betrof de vraag of er sprake was van rechtsverwerking door de vrouw, omdat zij gedurende lange tijd geen aanspraak had gemaakt op betaling van kinderalimentatie. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere instanties en concludeert dat de klachten van de man niet leiden tot cassatie, mede omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling zijn.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was om het beroep te verwerpen, hetgeen de Hoge Raad volgt. De beschikking is gegeven door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Streefkerk en Polak en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer De Groot.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de eerdere beslissingen over rechtsverwerking bij kinderalimentatie.