ECLI:NL:RBOVE:2020:4632
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen proceskostenvergoeding bij administratief beroep verkeersboete
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring. Tegen deze sanctie werd administratief beroep ingesteld waarbij de officier van justitie de sanctiebeschikking vernietigde en een proceskostenvergoeding toekende van €393,75, gebaseerd op één punt voor het beroepschrift en een halve punt voor de telefonische hoorzitting.
De gemachtigde betoogde dat het toekennen van slechts een halve punt voor het telefonisch horen niet strookt met het Besluit proceskosten bestuursrecht en verwees naar jurisprudentie die het telefonisch horen als volwaardige proceshandeling erkent. De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat de halve punt terecht was vanwege de geringere inspanning.
De kantonrechter oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is omdat de motivering voor de halve punt ontoereikend is. Uit jurisprudentie blijkt dat voor een telefonische hoorzitting in beginsel één punt toegekend moet worden, maar matiging mogelijk is mits goed gemotiveerd. In deze zaak is matiging naar een halve punt passend vanwege de geringe inspanning.
Voor de fase bij de kantonrechter wordt geen vergoeding toegekend omdat de materiële uitkomst gelijk blijft en de gemachtigde materieel in het ongelijk wordt gesteld. De kantonrechter vernietigt de beslissing van de officier van justitie en kent een proceskostenvergoeding toe van €393,75 voor de fase bij de officier van justitie, maar wijst de gevraagde vergoeding voor de kantonrechterfase af.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de proceskostenvergoeding voor de telefonische hoorzitting wordt gematigd tot een halve punt en vergoeding voor de kantonrechterfase wordt afgewezen.