ECLI:NL:GHARL:2016:784
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep proceskosten bestuursrechtelijke sanctie en uitleg begrip gewicht van de zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak ging het om een hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter Oost-Brabant waarbij de betrokkene niet-ontvankelijk werd verklaard en de officier van justitie werd veroordeeld tot proceskosten van € 547,88.
Het hof oordeelde dat de betrokkene wel ontvankelijk was in het hoger beroep omdat de opgelegde sanctie meer dan € 70 bedroeg, conform artikel 14 WAHV Pro. Vervolgens werd het geschil over de hoogte van de proceskostenvergoeding behandeld. De gemachtigde van de betrokkene stelde dat de kantonrechter onterecht verschillende wegingsfactoren had toegepast voor verschillende proceshandelingen binnen één procedurefase.
Het hof verduidelijkte dat het begrip 'gewicht van de zaak' betrekking heeft op het belang en de complexiteit van het gehele geschil binnen een fase, en dat het forfaitaire karakter van het Besluit proceskosten bestuursrecht het niet toelaat verschillende wegingsfactoren binnen één fase toe te passen, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Omdat dergelijke omstandigheden niet waren gesteld, werd de beslissing van de kantonrechter vernietigd en een hogere proceskostenvergoeding vastgesteld van € 608,75.
Daarnaast werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep van € 243,50. Het arrest werd uitgesproken door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 4 februari 2016.
Uitkomst: Het hof vernietigt het besluit over proceskostenvergoeding en stelt een hogere vergoeding vast, met veroordeling van de advocaat-generaal tot vergoeding van kosten in hoger beroep.