ECLI:NL:RBOVE:2020:585
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep niet tijdig beslissen wettelijke rente
Opposant had bezwaar gemaakt tegen een boete wegens overtreding van de Meststoffenwet, waarna de minister de boete introk en terugbetaalde inclusief wettelijke rente. Opposant stelde dat de minister niet tijdig had beslist over de wettelijke rente en diende beroep in wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat het te vroeg was ingesteld, nog binnen de redelijke beslistermijn van acht weken.
In het verzet werd betoogd dat voor een ambtshalve te nemen beslissing zoals artikel 4:99 Awb Pro geen aanvraag vereist is en dat het beroep dus ontvankelijk had moeten worden verklaard. De rechtbank oordeelde dat ondanks de ambtshalve aard van het besluit, een aanvraag vereist is om de beslistermijn te laten lopen. De ingebrekestelling van opposant werd als aanvraag aangemerkt en de minister had binnen de redelijke termijn besloten.
De rechtbank concludeerde dat het beroep te vroeg was ingesteld en daarom terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. Het verzet tegen deze beslissing is ongegrond verklaard en de uitspraak is in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens niet tijdig beslissen is ongegrond verklaard.