Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1. [verzoeker 1]
2. [verzoeker 2] ,
,verzoekers,
de burgemeester van Enschede, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
5 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3941).
26 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2840).
Rechtbank Overijssel
Verzoekers zijn eigenaar en bestuurder van ondernemingen gevestigd in een pand te Enschede waar de burgemeester op grond van artikel 13b Opiumwet een sluitingsbevel van 12 maanden heeft opgelegd vanwege handel in soft- en harddrugs.
De politie voerde een onderzoek uit waarbij geen drugs werden aangetroffen bij doorzoeking, maar er waren signalen van drugshandel via het pand en een bezorgdienst. Verzoekers erkenden beperkte levering van softdrugs als bijproduct, zonder winstbejag, en ontkenden betrokkenheid bij harddrugs.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester onvoldoende rekening had gehouden met de verklaringen van verzoekers, het ontbreken van drugs bij doorzoeking en het ontbreken van overlast of criminaliteit. De sluiting voor een jaar werd daarom als onevenredig beschouwd.
De voorzieningenrechter schorst het besluit tot twee weken na bekendmaking van het bezwaar en veroordeelt de burgemeester tot vergoeding van griffierechten en proceskosten.
Uitkomst: De sluiting van het pand wordt geschorst wegens onevenredigheid tot twee weken na bekendmaking van het bezwaar.