Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
- het proces-verbaal ter terechtzitting van 4 maart 2021, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
- het proces-verbaal van aangifte van 5 juni 2020, inhoudende de verklaring van
- het proces verbaal van bevindingen van 9 juni 2020, inhoudende de bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 138-139
- het proces-verbaal van aangifte van 5 juni 2020, inhoudende de verklaring van
- het proces-verbaal van aangifte van 5 juni 2020, inhoudende de verklaring van
- Proces-verbaal van bevindingen van 5 juni 2020, inhoudende de bevindingen van verbalisant [aangever 5] , p. 153-154
- proces-verbaal van bevindingen van 20 augustus 2019, inhoudende de verklaring van
18 juni 2020 is verdachte om 13:00 uur bij zijn woning gezien. Dat was niet in strijd met het huisverbod, omdat dat toen al was geëindigd. Vanwege het incident dat toen plaatsvond, is een nieuw huisverbod opgelegd, dat verdachte op 24 juni 2020 heeft overtreden. [9]
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf en maatregel
Het PBC is tot de conclusie gekomen dat de rode draad in zijn leven een conflictueus en rigide gedragspatroon is, wat sterk doet denken aan een stoornis in het autismespectrum dan wel een persoonlijkheidsstoornis, maar wat momenteel niet gekaderd kan worden in een DSM-5-classificatie gezien het vooropstaande maniforme toestandsbeeld.
Op basis van het huidige onderzoek is het maniforme toestandsbeeld zeer waarschijnlijk als primair psychiatrisch te duiden. Het toestandsbeeld kan passen bij een onderliggende bipolaire stemmingsstoornis, een autismespectrumstoornis, een waanstoornis, persoonlijkheidsproblematiek, dan wel gecombineerde psychopathologie. Tevens speelt zijn hoge leeftijd waardoor zijn mogelijkheden om tot meer adequate coping strategieën te komen mogelijk een rol.
Alles tezamen genomen wordt geadviseerd verdachte alle ten laste gelegde feiten in sterk verminderde mate toe te rekenen.
Omdat sprake is van gebrek aan zelfinzicht, grillige impulsbeheersing, fysiek dreigend gedrag en een tekort schieten van sociale vaardigheden, geen beschermende factoren en een beperkte behandelmotivatie, schat het PBC het risico op recidive in als hoog.
Het PBC adviseert medicatie, verdere diagnostiek en opname in een psychiatrische ouderenafdeling. De inschatting is dat behandeling van verdachtes problematiek via het schakelartikel uit de wet Forensische Zorg (artikel 2.3) binnen het kader van een zorgmachtiging (Wet verplichte ggz) gerealiseerd kan worden. Een behandeling met
een zorgmachtiging wordt als afdoende ingeschat om verdachte binnen een termijn van enkele maanden te stabiliseren.
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
271 (tweehonderdeenenzeventig) dagen
- [aangever 1] , geboren op [geboortedatum 2] 1965, wonende in Kampen;
- [aangever 2] , geboren op [geboortedatum 3] 1961, wonende in Kampen;
- [aangever 7] , geboren op [geboortedatum 4] 1995, wonende in Kampen
- [aangever 8] , geboren op [geboortedatum 5] 1947, wonende in Kampen;
- zich niet ophoudt in en om een straal van 1 kilometer van [adres] in Kampen.
- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan.
- beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit 4 subsidiair tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 330,-,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2020 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
6 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;