ECLI:NL:RBOVE:2021:148
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens overtreding Meststoffenwet gematigd wegens overschrijding redelijke termijn
Eiseres, een erkend mesttransportbedrijf, kreeg twee boetes van €200 opgelegd wegens het niet tijdig en naar waarheid melden van mesttransporten zoals vereist in artikel 57b van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. De overtredingen betroffen het later rijden van twee vrachten dan gepland en gemeld. Eiseres betwistte de boetes onder meer vanwege overschrijding van de redelijke termijn, onvoldoende motivering van de besluiten en het ontbreken van een volledige rechtsmiddelenclausule.
De rechtbank stelde vast dat eiseres de overtredingen niet gemotiveerd had bestreden en dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom de boetes waren opgelegd. De rechtbank verwierp het bezwaar dat de rechtsmiddelenclausule onvolledig was en oordeelde dat eiseres geen nadeel had ondervonden. Wel concludeerde de rechtbank dat de redelijke termijn van twee jaar voor de afhandeling van de zaak met meer dan 2,5 jaar was overschreden.
Gezien de overschrijding matigde de rechtbank de boete naar €200, conform het matigingsbeleid van verweerder. Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €1.602, en tot vergoeding van het griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard en de boete en primaire besluiten werden herroepen voor zover het de hoogte van de boete betrof.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Meststoffenwet wordt gematigd naar €200 vanwege overschrijding van de redelijke termijn en het ministerie wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.