De rechtbank Overijssel behandelde een ontnemingsvordering tegen een 34-jarige man die betrokken was bij meerdere hennepkwekerijen binnen een criminele organisatie. De man werd eerder veroordeeld voor medeplegen van het handelen in strijd met de Opiumwet met betrekking tot grote hoeveelheden hennep.
De rechtbank stelde vast dat de man van maart 2014 tot mei 2016 betrokken was bij de hennepteelt en schatte zijn maandelijkse vergoeding op €1.250, wat resulteerde in een totaal wederrechtelijk verkregen voordeel van €33.750. Er werden geen kosten in mindering gebracht.
De rechtbank oordeelde dat de redelijke termijn voor afhandeling niet was overschreden en verwierp het verweer dat de man onvoldoende draagkracht zou hebben om het bedrag te betalen. De man werd verplicht tot betaling van het vastgestelde bedrag aan de Staat, met een maximale gijzelingstermijn van 675 dagen bij niet-betaling.