Op 26 april 2020 gooide een 35-jarige man, in opdracht van een ander, een steen door een ruit van een woning in Hengelo en wierp vervolgens een brandende molotovcocktail naar binnen. Hoewel de woning niet in brand raakte, was dit niet te danken aan het handelen van verdachte. De rechtbank Overijssel achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met medeverdachte handelde met voorwaardelijke opzet op brandstichting en dat er sprake was van gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar.
Het bewijs bestond uit verklaringen van verdachte en getuigen, camerabeelden, forensisch onderzoek waaronder DNA-sporen op de molotovcocktail, steen en camerabehuizing, en telefoonverkeersgegevens die de nauwe samenwerking tussen verdachte en medeverdachte aantoonden. De rechtbank oordeelde dat medeverdachte als opdrachtgever en intellectuele initiatiefnemer medepleger was.
Verdachte had spijt van zijn handelen en werkte mee aan het onderzoek. De rechtbank hield rekening met zijn persoonlijke omstandigheden en het advies van de reclassering. De straf werd bepaald op twee jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, met bijzondere voorwaarden gericht op behandeling, beschermd wonen, schuldhulpverlening en controle op middelengebruik.
De rechtbank sprak verdachte vrij van andere tenlastegelegde feiten en legde de straf op met aftrek van voorarrest. Het vonnis werd gewezen door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2021.