Verzoekster kreeg een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland wegens overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder a en/of c van de Wabo, met betrekking tot een chalet op een perceel in Giethoorn.
Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om schorsing van het dwangsombesluit. De voorzieningenrechter constateerde dat verweerder niet duidelijk kon aangeven op welke overtreding het dwangsombesluit precies was gebaseerd. Tevens was onduidelijk of het chalet als bouwwerk in de zin van het bestemmingsplan moest worden aangemerkt, mede doordat verschillende definities werden gehanteerd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat deze vragen eerst in het bezwaarschriftprocedure behandeld moeten worden en dat de voorlopige voorziening niet geschikt is voor definitieve beantwoording. Daarom werd het dwangsombesluit geschorst tot twee weken na de beslissing op het bezwaar.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van verzoekster. De uitspraak is gedaan op 6 april 2021 en is niet vatbaar voor hoger beroep.