Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Rechtbank Overijssel
Eiser en gedaagde zijn buren. Op een bepaalde datum heeft gedaagde vernieling gepleegd aan de auto van eiser door met een greep de ruiten in te slaan. Gedaagde erkent de vernieling en de aansprakelijkheid voor de schade. Het geschil betreft de hoogte van de schadevergoeding.
Eiser onderbouwt de schade met een gespecificeerd rapport van een gecertificeerd schadeherstelbedrijf en komt uit op een bedrag van €2.516,84 inclusief rapportage- en noodreparatiekosten. Gedaagde betwist dit bedrag en verwijst naar een lagere offerte van een ander autoschadebedrijf van €756,25, waarvan hij €881,21 inclusief bijkomende kosten heeft betaald.
De kantonrechter oordeelt dat de offerte van gedaagde onvoldoende gespecificeerd is en niet alle posten bevat. Daarom wordt uitgegaan van het hogere schadebedrag van eiser, verminderd met €65,00 voor een post die eiser zelf heeft verzorgd. Buitengerechtelijke kosten worden afgewezen vanwege het ontbreken van een correcte aanmaning. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.570,63 plus wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.570,63 schadevergoeding plus wettelijke rente en proceskosten.