Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
gemachtigde: G. Gieben,
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een twee-onder-één-kapwoning in Zwolle, vastgesteld op €402.000 per 1 januari 2019, en de daarop gebaseerde aanslagen onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing.
Eiser betoogde dat de waarde te hoog was vastgesteld vanwege onvoldoende rekening met gedateerde voorzieningen, ligging nabij de A28 en verschillen met vergelijkingsobjecten. Verweerder overlegde een taxatierapport waaruit bleek dat de waardebepaling volgens de systematische vergelijkingsmethode was uitgevoerd, met voldoende correcties voor verschillen in inhoud, kaveloppervlakte en kwaliteit. De rechtbank achtte de waarde aannemelijk vastgesteld.
Daarnaast speelde de vraag of verweerder op grond van artikel 40, tweede lid, Wet WOZ verplicht was de gegevens die ten grondslag liggen aan de waarde, zoals de grondstaffel en taxatiekaart, actief te verstrekken aan eiser en diens gemachtigde in de bezwaarfase. De rechtbank oordeelde dat deze actieve verstrekking een rechtsplicht is, ook aan gemachtigden ongeacht beroepsmatige bijstand, en dat verweerder hieraan had voldaan, ondanks dat de gevraagde gegevens niet vóór de hoorzitting waren verstrekt.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslagen wordt ongegrond verklaard.