Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
27 mei 2021.
mr. L. Ruessink en van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw mr. D. Greven, advocaat te Borne, naar voren is gebracht.
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak van een 47-jarige verdachte die sinds november 2020 in voorlopige hechtenis zit. Tijdens beraadslaging bleek dat het onderzoek naar zijn persoonlijke en psychiatrische omstandigheden onvoldoende was. De rechtbank constateerde dat eerdere zorgmachtigingen waren beëindigd en dat er onduidelijkheid bestond over de actuele psychiatrische toestand van verdachte.
De verdediging pleitte voor het ambtshalve afgeven van een nieuwe zorgmachtiging, gesteund door behandelaren en een ervaringsdeskundige die de noodzaak van verplichte zorg onderstreepten. Daartegenover stond de verklaring van de geneesheer-directeur van Mediant die zonder recente medische verklaring de verplichte zorg had beëindigd.
De rechtbank besloot het onderzoek te heropenen en verzocht de officier van justitie een onderzoek in te stellen conform de Wet Forensische Zorg en Wet Verplichte Geestelijke Gezondheidszorg. Tevens wees de rechtbank het verzoek af om de geneesheer-directeur als getuige te horen. Het onderzoek wordt geschorst tot uiterlijk acht weken na het vonnis, met waarborging dat verdachte passende zorg blijft ontvangen tijdens detentie.
Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend en de officier van justitie wordt verzocht een forensisch zorgonderzoek in te stellen.