Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[eiseres],
[gedaagde],
1.De procedure
- de inleidende dagvaarding van 17 mei 2021, met producties;
- de akte houdende eis in reconventie en de bijbehorende producties;
- de schriftelijke pleitnotities van beide gemachtigden.
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een geschil tussen een verhuurder, een besloten vennootschap, en een huurder die zonder schriftelijke huurovereenkomst woonruimte gebruikt. De huurder was eerder via een mondelinge afspraak met de voormalige huurder toegelaten, maar betaalt geen huur aan de verhuurder. De verhuurder vordert ontruiming van de woonruimte.
De huurder voert aan dat zij huur in natura betaalt door werkzaamheden voor de verhuurder te verrichten en dat zij vanwege haar bedrijf in de nabijgelegen paardenboxen niet op korte termijn kan vertrekken. De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen huurovereenkomst bestaat tussen partijen en dat de werkzaamheden onvoldoende aannemelijk maken dat sprake is van huur in natura.
De rechtbank wijst de vordering tot ontruiming toe, maar acht een termijn van 30 dagen redelijk vanwege de bijzondere omstandigheden van de huurder. In reconventie worden vorderingen van de huurder tot verbod op betreding en belemmering afgewezen, behalve het recht op ongestoord genot van de paardenboxen, dat wordt toegewezen met een dwangsom.
De proceskosten worden gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en werd uitgesproken op 8 juni 2021.
Uitkomst: De voorzieningenrechter veroordeelt de huurder zonder schriftelijke huurovereenkomst tot ontruiming binnen 30 dagen en beschermt haar gebruik van de paardenboxen tot besluit op verlenging ontruimingstermijn.