Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
- een bed en/of een matras en/of beddengoed en/of vloerbedekking, althans enig goed in een zolderkamer (slaapkamer van verdachte op tweede verdieping) en/of
- een houten (bijzet)tafeltje met kleedje in de woonkamer (begane grond) en/of
- verpakkingsmateriaal in een schaal in/op een (buffet)kast in de keuken (begane grond),
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
“ik ga niets vertellen wat ik niet weet, ik ga ook geen dingen bedenken”en
“als ik het echt niet weet, dan weet ik het niet”.
26 oktober 2020 en 2 november 2020 heeft verklaard. De psychiater heeft geconstateerd dat bij verdachte een enorme discrepantie zit tussen zijn geheugenfunctie en het vermogen tot integreren vergeleken met zijn leeftijdgenoten. Omdat gebleken is dat verdachte een bijzonder slecht lange termijn geheugen heeft, is het moeilijk te voorspellen wat wel of niet wordt opgeslagen in zijn geheugen. De psychiater is het eens met professor Jelicic wat betreft de mainstream-jongeren, maar verdachte behoort niet tot die mainstream, zodat niet gesteld kan worden dat verdachte zich het ontstaan van de brand zou moeten kunnen herinneren omdat het zo’n heftige gebeurtenis is.
Mijn vader en ik hadden een woordenwisseling”en
5.De beslissing
mr. G.M.J. Vijftigschild en mr. D.E. Schaap, kinderrechters, in tegenwoordigheid van
mr. A. de Bruin, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2021.