Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen [eiseres] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen [gedaagde] ,
1.De procedure
2.De verdere beoordeling in conventie
3.De beslissing
- een bedrag van € 2.708, 24 met de wettelijke rente daarover als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 22 januari 2020 tot aan de dag van volledige betaling;
- een bedrag van € 698,65 met de wettelijke rente daarover als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 2 juli 2020 tot aan de dag van volledige betaling;
- een bedrag van € 465,69 voor buitengerechtelijke incassokosten;