Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
MENZIS ZORGVERZEKERAAR N.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Wageningen,
wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
Menzis vordert betaling van een bedrag van € 137,82 aan achterstallige zorgverzekeringspremies van [gedaagde] over augustus en september 2020, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten. [gedaagde] voert verweer dat de premies reeds zijn voldaan en dat sprake is van een misverstand tussen hem en Menzis.
Menzis legt een premie- en betaaloverzicht over, waaruit volgens haar een betalingsachterstand blijkt, terwijl [gedaagde] twaalf betaalbewijzen overlegt waaruit blijkt dat hij in 2020 maandelijks € 125,00 heeft betaald. Menzis stelt dat er een openstaand bedrag was van december 2019, maar zij onderbouwt niet voldoende dat de betalingsachterstand over de gevorderde maanden daadwerkelijk bestaat.
De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat er een betalingsachterstand is over augustus en september 2020 en dat het op de weg van Menzis had gelegen om dit nader te onderbouwen. De vordering wordt daarom afgewezen. Menzis wordt veroordeeld in de proceskosten en de wettelijke rente over deze kosten wordt toegewezen. Tevens worden nakosten toegekend als executoriale titel.
Het vonnis is gewezen door kantonrechter F.E.J. Goffin en op 27 juli 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot betaling van zorgverzekeringspremie wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de betalingsachterstand.