Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
1. De economische kamers van de rechtbank, bedoeld in artikel 52 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, behandelen en beslissen ook zaken betreffende strafbare feiten die geen economische delicten zijn, indien de rechtbank bevoegd is tot kennisneming van die strafbare feiten en die strafbare feiten zijn begaan in samenhang met een of meer economische delicten, en die strafbare feiten ten laste zijn gelegd samen met een of meer van die economische delicten.
4.De bewijsoverwegingen
ik weet dat ik als dpl verantwoordelijk ben voor het duikproces’ [9] ) en bovendien kan dat op basis van het rapport deskundige [naam 3] worden vastgesteld.
Waar staat de taakinhoud van een duikploegleider beschreven’, te kennen: ‘
Taken duikploegleider gefilterd uit SWOD 02-04-2014 ARBOCATALOGUS WERKEN ONDER OVERDRUK’ en:
welke voorlichting en/of instructies heeft u ontvangen voor het werk op deze locatie’ geantwoord: ‘
geen echte instructie gehad’. [10] Verder heeft verdachte verklaard: ‘
de dag van het ongeval zou ik invallen voor [medeverdachte 1] die verhinderd was (..) [medeverdachte 1] zei dat er in de ochtend van mijn klus eerst een werkbespreking over de voortgang van de werkzaamheden zou zijn. Maar die werkbespreking vond niet plaats’. [11] Ook uit de verklaring van [naam 1] blijkt dat er die dag geen inhoudelijke werkbespreking heeft plaatsgevonden. [12]
als je de opdracht krijgt om te duiken ga je er vanuit dat de werklocatie in ieder geval veilig is’; [13]
u vraagt mij of ik weet of [medeverdacht bedrijf] de risico’s had geïnventariseerd van de werkzaamheden. Ze waren daar al een week bezig onder leiding van de operationeel directeur van [medeverdacht bedrijf] , [medeverdachte 1] . Als ik een dag kom invallen dan mag ik aannemen dat [medeverdachte 1] van [medeverdacht bedrijf] heeft onderzocht of de werkomgeving veilig was’; [14]
maar als je wordt gevraagd om een dagje in te vallen in een langlopend groot projectwaar partijen als [bedrijf 3] en Rijkswaterstaat zijn betrokken en de operationeel directeur van het Duikbedrijf zelf leiding geeft mag je er vanuit gaan dat de werklocatie als zodanig veilig is verklaard’; [15]
wat zijn de veiligheidsrisico’s betreft het uitvoeren van duikwerkzaamheden bij een sluis-stuwcomplex’, bij het risico ‘
lekkages in deuren/stuwen omloopriolen’: ‘
niet aan hoge water zijde van de deur/stuw duiken. Tenzij duidelijk is dat er geen lekkage is’. [17] En op de vraag: ‘
impliceert dit (..) dat de duikploegleider op de duiklocatie waar het ongeval heeft plaatsgevonden, een stuw met een hoogte verschil van 2.41 meter tussen boven en onderstroom, een ronde had moeten maken om de werklocatie visueel te kunnen waarnemen en te beoordelen op aanwezige veiligheidsrisico’s’, geeft [naam 3] te kennen: ‘
om alle risico’s in kaart te brengen bij een stuw of een sluis dien je zeker bij hoogte verschil een grondige inspectie uit te voeren’. [18]
als er reden is om aan te nemen dat het niet veilig is, kun je een inspectie doen’ en bij de rechter-commissaris: ‘
er was geen enkele reden om zo’n duik te maken. Wij gingen er vanuit dat de duiklocatie veilig was. Wij hadden ook geen
gebruik “zwaar” voorwerp aan een touw dat je aan lage zijde van de stuw op verschillende dieptes sleept. Indien deze door een stroming “gepakt” wordt, is er ergens een lekkage.’ Dat sprake is van een lekkage kan dus eenvoudig worden vastgesteld.
kleine ‘lekkage” die eind augustus door een ander duikbedrijf was gemeld heeft hij hierover tijdens de zitting verklaard: ‘
daarmee doel ik op de rubberen afdichting. Daar kunnen altijd kieren zitten’ [22] en bij de Inspectie SWZ ‘
Ik vertel hier dat je altijd alert moet zijn en oppassen bij een sluis of stuw omdat je nooit zeker weet of deze lekt’. [23] Hoewel een dergelijk lek tot op dat moment volgens verdachte slechts als gevolg had dat slangen van de duikuitrusting werden aangezogen wat door de duiker zelf eenvoudig kon worden gecorrigeerd, heeft verdachte gezien het gevaarzettende karakter van duikwerkzaamheden een groot risico genomen door met de wetenschap dat er een lek kan zitten in de rubberen afdichting, te laten duiken zonder eerst voldoende (aanvullende) inlichtingen in te winnen over de te verrichten duikwerkzaamheden en onderzoek te doen of sprake was van zuiging en zo ja, de omvang daarvan.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
aan zijn schuld de dood van een ander te wijten zijn
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
aan zijn schuld de dood van een ander te wijten zijn
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
60 (zestig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
30 (dertig) dagen;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte: