Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
de burgemeester van de gemeente Dinkelland, verweerder,
[naam 1] , h.o.d.n. [naam 2], te Deurningen.
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een beroep van een omwonende tegen het besluit van de burgemeester van de gemeente Dinkelland om een Drank- en horecavergunning te verlenen aan een horecabedrijf in Deurningen. Het bedrijf wil uitbreiden naar een aangrenzend perceel met een ijssalon, speelruimte en terras. De omwonende stelt onder meer dat onvoldoende informatie is verstrekt, dat het horecabedrijf in strijd handelt met het bestemmingsplan en milieunormen, en dat onterecht geen advies van het Bureau Bibob is gevraagd.
De rechtbank oordeelt dat de omwonende onvoldoende onderbouwing levert voor de stelling dat de aanvraag onvolledig was. Verder zijn strijd met het bestemmingsplan en milieunormen geen weigeringsgronden voor een Drank- en horecavergunning op grond van de Drank- en horecawet, zodat deze bezwaren niet tot weigering kunnen leiden. De burgemeester heeft bovendien een eigen Bibob-onderzoek verricht en geconstateerd dat geen ernstig gevaar bestaat dat de vergunning zal worden misbruikt, waardoor het niet vragen van een Bibob-advies redelijk was.
Ten slotte wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af, omdat het primaire besluit niet is herroepen maar slechts gemotiveerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlening van de Drank- en horecavergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.