ECLI:NL:RBOVE:2021:3579
Rechtbank Overijssel
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling van minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen voor de duur van een half jaar. De kinderrechter oordeelde dat één van de kinderen, die bij de moeder woont, in haar ontwikkeling wordt bedreigd en daarom onder toezicht gesteld moet worden. Voor het andere kind, dat bij de vader woont, is geen aanleiding voor ondertoezichtstelling omdat hij geen contact met zijn moeder wenst en consequent vasthoudt aan dit standpunt.
Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat de raad onvoldoende vertrouwen had in vrijwillige hulpverlening vanwege de houding van de vader, die het contactherstel tussen het kind en de moeder niet ondersteunt. Het kind dat onder toezicht wordt gesteld, heeft recent geregeld contact met zijn vader en broer, en er is ruimte voor verbetering van de omgangsregeling.
De kinderrechter acht het noodzakelijk dat een gecertificeerde instelling het proces begeleidt en monitoren, om zo het contact tussen de kinderen en ouders te verbeteren en de ontwikkeling van het kind te beschermen. De beschikking tot ondertoezichtstelling geldt voor een periode van zes maanden en is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Eén minderjarige wordt onder toezicht gesteld voor zes maanden wegens bedreigde ontwikkeling, de ander niet vanwege diens weigering tot contact met moeder.